Soms komt er privé een situatie voorbij waar mijn pen spontaan van begint te schrijven. Hieronder lees je de column over een ontspannen middag op de Vecht.

Ook voor jou kan ik een blog of column schrijven. Zakelijk, informatief, met een vleugje zelfspot of humor; zeg het maar!
Een leuke anekdote, een mijlpaal of link naar de actualiteit zijn perfecte aanleidingen. Met een beetje input van jouw kant geef ik er wel een draai aan!

Jorinde Brink

BLOG: een onstuimige kanotocht

Wat een relaxte middag kanovaren moest worden, werd een helse tocht met gemiep en gemor uit alle hoeken...

Kanovaren lijkt misschien een ontspannen bezigheid, maar is het niet altijd. Wanneer we in de haven van Hardenberg uitgezwaaid worden, is alles nog pais en vree. Man en ik met jongste kind in een kano, vrienden met jongste kind in een kano en de twee pubers in één bootje. Perfect. Zo blijven alle pogingen tot kapseizen ons bespaard en blijft het bij af en toe een frisse schep Vechtwater.

We beginnen voortvarend. Met al die mensen op de brug en het terras wil je natuurlijk niet klungelen in dat wiebelige ding. Even de spieren aan het werk zetten, vaart erin en maar hopen dat je die snelle, veel te relaxte bootjes een beetje kunt ontwijken. Want hij had wel iets gezegd over peddel als roer en een grote slag, maar dat betekent niet dat dat ook gelijk lukt.

Avontuurlijke mensen kiezen de vistrap, mensen die in zo’n kano zitten al een avontuur vinden de sluis, begrijpen wij uit het verhaal. Wij nemen de vistrap. Een mini-mini waterbaan, waar de kunst niet zit in dat beetje stroming, maar in het smalle geultje tussen twee boomstammen waar de kano tussendoor moet. Het liefst met de voorkant eerst.

En daar begint het… “Hé hallo!” “Stúren!” “Je moet zó!” “Nee niet zó!” “Help brandnetels!” “Naar achteren!” In alle drie kano’s neemt de communicatie wat andere vormen aan. We zijn allemaal druk met de boomstammen, tot we merken dat de derde boot van onze vloot achterblijft. We stappen uit en turen het water af naar de verstekelingen. Veel gepruttel horen we en we zien de achterkant van hun kano nog net uit de bossen steken… Niet veel later komt het drietal, met kind in tranen om dit ‘gezellige’ tafereeltje achter hem, de vistrap af.

Kanotocht noemen ze het, maar zeg maar gerust relatietest. Want ja, die rolverdeling hè. Die is niet voor iedereen makkelijk. Vriendin en ik (zelfde type: we regelen het wel even) zitten in het midden. Je kunt denken strategische plek, maar niet als je het zo nodig wilt regelen. Want zoals gehoord in de uitleg: de eerste en tweede in de boot doen niets anders dan zorgen voor de voorwaartse beweging. Alleen degene achterin heeft een belangrijke extra taak, namelijk sturen. Dat betekent voor deze drie uur durende kanotocht dat híj bepaalt, en dat kan voor de overige boottoeristen héél lastig zijn…

We zijn weer compleet, we gaan door. Op naar Diffelen. Het is warm. We spetteren, klieren, kanoën, zwemmen. We stoppen bij een strandje, zwemmen, eten chips, wafels, snoep en wisselen van samenstelling. Niet geheel vrijwillig, want: “ik moet alles alleen doen”, “hij maakt me nat”, “ik vind het zwaar, ik wil bij papa”, “ik heb een zere teen, dus wil bij papa”. Ja dus, oké en door.

Het wordt zwaarder. Afzaktocht heet het toch? Waarom voelt het dan alsof we tegen de stroom in varen? Als we onze armen even laten rusten, zijn we zo weer waar we drie minuten geleden ook dobberden. Het duurt even voor het kwartje valt: wind. Niet een beetje wind, véél wind.

We zetten een tandje bij, maar het valt niet mee. Puber 1 gaat liever zonnebaden, dus aait wat met haar peddel door het water, terwijl de moeders (toch liever zelf aan het ‘roer’) proberen die boot vooruit te krijgen. Puber twee zit z’n broertje te zieken tot grote ergernis van zijn vader, die hem liever kwijt dan rijk is.

Dus we gaan weer wisselen! Ook al is het midden op het water, er moet regelmatig geswitcht worden om de stemming er in te houden en iedereen tevreden.

De wind gaat niet liggen en even twijfelen we of we de eindstreep wel gaan halen (wat achteraf een terechte vraag blijkt). Maar wie A zegt, moet ook B zeggen, dus door. Terwijl we, twee moeders met verbannen puber, knokken tegen de wind horen we tientallen meters achter ons: “Wie heeft dit bedacht joh?! Ik praat niet meer tegen jullie! Ik háát jullie!”

1..,2.., hup! 1..,2.., hup! Langzaam glijden we voort richting de eindstreep. Vijf minuten na elkaar (van een gezellig tochtje samen was al lang geen sprake meer) komen we aan bij het eindpunt, zeg maar rustig finish.

Zo.

Terwijl we met zere schouders en blaren op de handen onze tanden zetten in ribs en burgers lachen we om dit heerlijke avontuurtje in eigen stad. Volgend jaar weer. Oh, ze praat weer: Jaja, dan nemen we iets met motor…